Veldwerk E-mailadres
zaterdag 09 januari 2010

Veldwerk hoop ik met mijn toekomstige pup te kunnen doen.
Bij het veldwerk wordt onderscheid gemaakt tussen voorjaars en najaarsveldwedstrijden.
Het te bejagen terrein bestaat bij voorkeur uit ruime landbouwakkers met jong laag graan, maïs of graanstoppels en ruime weilanden, die hier en daar worden afgezet door sloten, hekken of wegen en zodoende uitnodigt tot een variabele zoekwijze.
Kortom is het de bedoeling dat de hond gebruikmakend van de wind, op zijn raseigen-wijze Patrijs of Fazant vindt en deze voorstaat.
Bij de jeugdklasse is het komen tot voorstaan in een loop vaak al voldoende voor een kwalificatie.
Bij de wat oudere honden wordt onderscheid gemaakt in de zogenaamde ''Novice´´ veldwedstrijden en de zogenaamde ''open´´ klasse.
Het onderscheid hiertussen heeft betrekking op ervaring en/of prestatieniveau van de deelnemende honden.
Bij de open klasse wordt veel van de hond gevergd en worden de honden beoordeeld tijdens een loop van tien tot vijftien minuten.
Indien honden tijdens hun eerste loop geen reële mogelijkheid hebben gehad om tot voorstaan te komen op een Patrijs maar hun werk van het vereiste niveau was krijgen enigszins mogelijk een tweede loop.

p010_1_01

Honden die tijdens een tweede loop geen reële mogelijkheid hebben gehad een punt op Patrijs te maken krijgen, uitsluitend indien beide voorgaande lopen van hoog niveau waren, een derde loop.
Honden die tijdens een loop de mogelijkheid om een punt te maken op Patrijs niet hebben benut komen niet in aanmerking voor een volgende loop.
In de eerste minuut van een loop wordt in de open klasse een fout van de hond voor de beoordeling buiten beschouwing gelaten. Het gaan jagen achter hazen, het zogenaamde ''opstoten´´ van wild wordt als fout aangerekend.
Wanneer de hond tot voorstaan komt is het de bedoeling dat de hond blijft staan tot dat de voorjager bij de hond kan komen en een alarmpistool kan afschieten (dit omdat in het voorjaar niet word gejaagd op Fazant en Patrijs).
Bij najaarsveldwedstrijden bestaat het te bejagen terrein bij voorkeur uit uitgestrekte landbouwakkers zoals bieten, aardappelen en uitgestrekte graanstoppels.
Hier en daar afgezet door sloten, hekken, hagen of wegen.
De te bejagen wildsoorten zijn Patrijzen en Fazanten.
Deze worden, nadat de hond tot voorstaan is gekomen, door een officieel geweer geschoten en moeten door de hond worden geapporteerd. Bij de zogenaamde jeugdveldwedstrijden is het komen tot voorstaan al voldoende.

Laatst aangepast op zondag 17 januari 2010
 
 
I.Haarman